We praten over de dood

We praten over de dood. In deze tijd worden mensen ziek en gaan er mensen dood, ook als je pas 11 jaar oud bent gebeuren die dingen om je heen. Ik zit op 1,5 meter afstand van haar en merk dat dat onnatuurlijk voelt. Het is alsof ik tegenover haar sta. Ik zeg dat ik weliswaar ver weg zit, maar met mijn hart dichtbij haar ben.

Ze kijkt me verdrietig aan. Het liefst praat ze helemaal niet over de dood. Maar ondertussen denkt ze de hele dag aan haar zieke familielid. Het is alsof er een grijze deken over ligt, alsof er continu een donkere regenwolk boven haar hangt. Ze huilt.

Ik leg haar uit dat het helpt om over ziekte en dood te praten. De dood is onherroepelijk gekoppeld aan het leven, het hoort er eigenlijk een beetje bij, ook al is dat verdrietig. Verdriet hoort bij het leven, net als woede en blijdschap. Als je erover praat en het verdriet toelaat, is het alsof het gaat regenen en de regenwolk lichter wordt. Dan hangt hij niet meer de hele dag dreigend boven je hoofd.

Je kunt het ook als een emmertje zien dat langzaam volloopt als je telkens aan de zieke denkt en aan de dreigende dood. Als het emmertje overstroomt gebeurt dat vaak onverwacht en gaat dat gepaard met boosheid of heel heftig huilen en vaak ook nog op een moment dat het helemaal niet handig uitkomt. Het helpt om het kraantje zo nu en dan open te zetten, zodat er wat water uit kan en het emmertje niet onverwacht overstroomt. Dat lucht op, daar voel je je beter door!

Als ik voorstel hier nog wat mee te doen in een beeldend werk, het meisje werkte voor de lockdown aan een berg van gips met vier seizoenen, komt er helemaal niets. Het hoofd zit vol. Er is te veel om over na te denken. Ik moet denken aan een sneeuwbol. Het water is troebel nu. Alles moet tot rust komen, zodat de vlokjes kunnen neerdalen en het weer helder wordt.

Hildi Glastra van Loon

Deel je ervaringen en lees die van anderen!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *